Met zijn grote verscheidenheid aan droge en natte biotopen biedt de Tuin van Sjef leefruimte aan veel verschillende diersoorten. Dat was ook uitdrukkelijk Sjefs opzet. Naast een veelheid aan vaak fraai bloeiende planten wou hij een tuin creëren met allerlei soorten schuil- en nestgelegenheid en een brede scala nectar-, honing- en voedselplanten, een veilige haven voor alle mogelijke levensvormen die in onze tijd in de verdrukking zijn gekomen. Tegenwoordig spreken we van een tuin met een hoge biodiversiteit.
Dat zijn streven goed is gelukt bewijst het voorkomen van een rijke fauna, zowel vaste bewoners als tijdelijke – en soms zeldzame – gasten. We tonen hier slechts een klein gedeelte van het boeiende dierenleven in de Tuin van Sjef.
(Foto’s: Nigel Harle, Truus Schennink, Ronald de Boer en Willem Kolvoort.)
Zoals op de meeste plaatsen in Nederland, valt er de laatste jaren een teruggang te constateren in de vlinders die in de tuin verschijnen. Dat geldt zowel voor aantallen als voor diversiteit aan soorten. Het zijn tegenwoordig vooral de algemenere soorten die we zien, maar in de meeste jaren zien we ook wel minstens één Koninginnenpage, en wanneer het een vrouwtje is, worden er soms eitjes afgezet. Dat gebeurt meestal op de Bergseselie.
De rupsen van diverse dagvlinders voeden zich uitsluitend met brandnetels, waarvan we in een achterafgelegen gedeelte van de tuin altijd een grote groep bewust laten staan.
Behalve de hier afgebeelde dagvlinders vliegen er altijd ook andere algemene witjes en enkele soorten blauwtjes, met in sommige jaren ook zeldzamere soorten als Kleine vuurvlinder of Koevinkje. Van nachtvlinders zien we ook diverse soorten, maar hiervan zijn er nauwelijks foto’s gemaakt.
Oranjetipjes die nectar van Wilde judaspenning en Knolsteenbreek drinken. Het zijn beide mannelijke exemplaren; op de foto met Knolsteenbreek is door de vleugel een oranje gloed te zien. Op vrouwtjes ontbreekt deze vlek. De rupsen leven voornamelijk op Look-zonder-look, waarvan we altijd diverse planten laten staan.


Gehakkelde aurelia rustend op een Mannetjesvaren. Klein koolwitje doet zich te goed aan de nectar van een klis. Het lichtgele mannetje van het Citroentje. Het vrouwtje is wit.
Rups en vrouwelijke vlinder van de Koninginnenpage. In Nederland worden de eitjes vooral op (wilde of tuin-)peen gelegd, maar hier in de tuin gaat de voorkeur uit naar Bergseselie.
Een gehavend exemplaar van het Bont zandoogje aan het einde van het seizoen.






Distelvlinder, in sommige jaren een massale verschijning.
Boomblauwtje op Wilde marjolein. Van de blauwtjes in de tuin is dit elk jaar de algemeenste.
Het Landkaartje kent twee sterk verschillende generaties. De eerste heeft steenrood als basiskleur, de tweede is veel donkerder, met witte markeringen.
De exotisch ogende pop van het Groot geaderd witje.






Atalanta, van binnen en buiten even mooi getekend.
Groot avondrood. Op Harig wilgenroosje zoeken we ieder jaar naar de grote rupsen.
Dagpauwoog, algemeen maar o zo fraai van kleur. Ieder jaar, vooral op de Vlinderstruiken.
De Sint-jakobsvlinder is een dag-actieve nachtvlinder waarvan de oranje gestreepte rupsen op Jakobskruiskruid leven.






Naast vlinders behoren ook talloze andere soorten insecten tot de vaste bewoners en bezoekers van de Tuin van Sjef. We geven hier slechts een kleine selectie.
De fraaie Weidebeekjuffer, die we jaarlijks in de tuin zien.
In sommige jaren zien we de Smaragdlibel. Als ze na een vervelling rustig zitten op te drogen, kun je ze dichtbij benaderen en de wonderlijke structuur van hun lijf goed bekijken.
De Bloedrode heidelibel zien we bijna ieder jaar. Hetzelfde geldt ook voor de Steenrode heidelibel. Ieder jaar worden er weer diverse soorten libellen en waterjuffers in de tuin gesignaleerd.



Het zijn niet alleen vlinders die een rupsstadium hebben. Hier een rupsje van de Helmkruidbladwesp.






Ook in en op het water zijn insecten te vinden, zoals de Waterschorpioen, een waterwants.
Met de bijen en hommels (en veel andere bestuivende insecten) gaat het de laatste tijd helemaal niet goed. Ook in de tuin merken we deze achteruitgang. Maar gelukkig zien we nog elk jaar diverse soorten uit deze groep, zoals hier de Aardhommel en Tuinhommel.






Pas bij doorvallend licht zie je hoe prachtig de Kruisspin is gekleurd.
Met een lichaamslengte tot ruim 2½ cm is de Kleine gerande oeverspin een van de grootste Nederlandse spinnen en nauwelijks kleiner dan de veel erop lijkende Grote gerande oeverspin.
Als gevolg van het warmer wordende klimaat kan de fraaie, mediterrane Tijgerspin (of Wespspin) nu overal in ons land worden waargenomen. Zijn prooi wikkelt hij in een pakketje voor latere consumptie.




Met zijn weelderige begroeiing en opgaande bomen en struiken, vooral in de achtertuin, biedt de Tuin van Sjef nest-, schuil- en foerageergelegenheid aan allerlei soorten vogels. Naast de hier afgebeelde soorten zien we onder andere Winterkoningen, Merels, Vinken, Waterhoenen, diverse soorten mezen en eenden.
Zo nu en dan hebben we het geluk een IJsvogel in de tuin te zien. Ze flitsen er wel eens doorheen als ze aan de Rozendaalse beek aan ’t jagen zijn. Een enkele keer blijven ze hier even uitrusten.
Zelfs Huismussen zijn in Nederland de laatste jaren sterk achteruitgegaan. Gelukkig zien we ze nog regelmatig in de tuin.
Een paartje Goudvinken in de beschutte achtertuin.
Ook Blauwe reigers krijgen we op bezoek. Hoog op een dak in de felle zon zie je pas goed de schoonheid van deze grote watervogel.




Met zijn diverse waterpartijen en vochtige plekken biedt de Tuin van Sjef levenskansen aan diverse amfibieën, die we hier allemaal afbeelden.
Gewone padden zien we regelmatig. Ze zijn vaak helemaal niet schuw. Rond maart wordt er druk gepaard… en niet lang daarna zweven er in de grote vijver eiersnoeren waaruit veel dikkopjes tevoorschijn komen.
In de grote en kleinere vijvers leven Kleine en Alpenwatersalamanders. Een (piep-)Kleine watersalamander op een vinger. De man van de Alpenwatersalamander is prachtig gekleurd.
De Bruine kikker, die een groot deel van zijn leven op het land doorbrengt, loopt ons regelmatig voor de voeten.







Er is maar één reptiel dat in de tuin komt, maar het is meteen een indrukwekkende: de Ringslang. Deze fraaie dieren worden elk jaar in dit deel van Velp gesignaleerd, en soms wordt de Tuin van Sjef met een bezoek geëerd. Ze voelen zich net zo thuis in het water als op het land, en zijn voor mensen volstrekt ongevaarlijk.


In de beek en de grote vijver leven diverse vissoorten. Voor een scherper beeld zijn de foto’s gemaakt van in aquaria levende exemplaren.






Er zal ’s nachts vast wel eens een Vos door de tuin sluipen, en wellicht ook een Steenmarter, maar die hebben we (nog) niet gespot. We zien wel Bosmuisjes en een enkele keer een spitsmuis, maar verder blijft het wat de zoogdieren betreft bij onze gezellige Egel en de ongewenste huiskatten.

Sjef was een grote slakkenkenner (malacoloog), en nam wel eens een bijzondere soort mee voor in de tuin. Rond de eeuwwisseling moeten er zo’n 25 soorten land- en waterslakken in zijn tuin hebben geleefd. Tegenwoordig zijn dat er heel wat minder, maar er zitten nog wel diverse leuke soorten. Hoewel veel tuinliefhebbers een grote hekel aan slakken hebben, wegens hun ongebreideld vreetgedrag, hebben wij er in het algemeen minder problemen mee. We hebben gemerkt dat ze zich doorgaans voeden met de bladeren van uitgebloeide planten, of met zwakke exemplaren die blijkbaar niet op de goede plek staan, of te vroeg zijn uitgeplant.
De kleine Struikslak heeft een gele en bruine vorm. Zijn huisje is transparant; de donkere stippels en markeringen zitten op het lijfje eronder. Ze zijn verzot op Groot hoefblad. In de loop van het seizoen verwerken ze vele kilo’s van de steeds maar doorgroeiende bladeren, zodat aan het einde van de zomer alleen de hoofdnerven overblijven. De Struikslak is in ons land zeer zeldzaam en staat derhalve ook op de Rode Lijst.




Soms heeft de Struikslak helemaal geen markeringen op zijn lijf. Deze is naar de top van een grasstengel gekropen om zich lekker uit te rekken!



De Wijngaardslak – de grootste Europese landslak – is in Nederland door de Romeinen geïntroduceerd.
De middelgrote Segrijnslak.
Ook in het water leven er slakken. Hier een Stompe moerasslak.



