In de ‘steenrijke’ Tuin van Sjef groeien veel soorten uit de vetkruidfamilie, zo genoemd vanwege de vlezige bladen die goed water vasthouden, waardoor ze op droge plaatsen zoals muren prima overleven.
Muurbloem (Erysimum cheiri) is een zeer zeldzame soort in ons land. Dat geldt ook voor Hemelsleutel (Hylotelephium telephium subsp. maximum). Dit is de bleke ondersoort.
De spiraalvormige bladinplanting van Zacht vetkruid (Sedum sexangulare) is een kenmerk waarin deze soort zich onderscheidt van de nauwverwante en veel algemenere Muurpeper (Sedum acre).
Huislook (Sempervivum tectorum), eveneens lid van de vetkruidfamilie, is een bekende tuinplant die vroeger op daken werd geplant in het geloof dat het bliksem zou afleiden. Ze bloeit slechts sporadisch, maar dan is het wel een prachtverschijning!



In de kieren tussen de stenen voelen Sedums zich thuis: Zacht vetkruid (Sedum sexangulare), Tripmadam (Sedum rupestre) en Wit vetkruid (Sedum album), van dat laatste zowel bloei als blad.




In de Tuin van Sjef zijn nog meer muurplanten te bewonderen, zoals de bontbloeiende Spoorbloem (Centranthus ruber), die in de stedelijke omgeving steeds talrijker wordt. Van Muurleeuwenbek (Cymbalaria muralis) hebben we zelfs twee vormen: de ‘gewone’ – hier gefotografeerd na een regenbui – en een witbloeiende (var. album). Klein glaskruid (Parietaria judaica) wordt steeds algemener; daarentegen blijft Spaanse zuring (Rumex scutatus) een zeldzaamheid, een Rode Lijstsoort in de categorie ‘Gevoelig’.




