« Terug naar het overzicht

Andere soorten

In de Tuin van Sjef groeien nog veel meer soorten planten, die niet meteen onder een bepaalde rubriek vallen, waarvan hier een selectie.

Kruidvlier (Sambucus ebulus) is heel wat zeldzamer dan de Gewone vlier (Sambucus nigra) en is vooral bekend van Gelderland en Zuid-Limburg. Na de bloei zorgen de karmijnrode vruchtstelen voor een fraai beeld, vooral in de herfstzon.

Slangenkruid (Echium vulgare) is een hoge, kleurige soort die op zonnige plekken goed gedijt.

Kruidvlier
Kruidvlier Sambucus ebulus
Slangenkruid
Slangenkruid Echium vulgare
Gewone rolklaver
Gewone rolklaver Lotus corniculatus
Betonie
Betonie Stachys officinalis
Groot kaasjeskruid
Groot kaasjeskruid Malva sylvestris
Karthuizer anjer
Karthuizer anjer Dianthus carthusianorum

Ooievaarsbekken

Ooievaarsbekken danken hun Nederlandse naam aan de snavelachtige vorm van de vruchten bij veel soorten. Bij rijpheid krullen deze zich om en geven vooral bij Beemdooievaarsbek (Geranium pratense) een fraai schouwspel te zien.

Van deze kleurrijke familie groeien diverse soorten in de Tuin van Sjef, waaronder Donkere ooievaarsbek (Geranium phaeum), Bloedooievaarsbek (Geranium sanguineum) en Ronde ooievaarsbek (Geranium rotundifolium). Bloedooievaarsbek is in Nederland niet inheems, maar is een bekende tuinplant die hier en daar verwildert.

Vruchten van Beemdooievaarsbek
Vruchten van Beemdooievaarsbek Geranium pratense
Donkere ooievaarsbek
Donkere ooievaarsbek Geranium phaeum
Bloedooievaarsbek
Bloedooievaarsbek Geranium sanguineum
Ronde ooievaarsbek
Ronde ooievaarsbek Geranium rotundifolium

Plantennamen

Je hoort wel eens zeggen: “Wat heb je nu aan al die ingewikkelde plantennamen, ook nog in het Latijn? Planten zijn toch uit zichzelf al mooi, waarom kun je er niet gewoon van genieten?” Waarop we antwoorden dat de naam niet meer is dan een geheugensteun, een houvast om met anderen te spreken en om de flora en ecologie in al zijn verscheidenheid nog beter te bekijken en misschien te begrijpen – en ervan te genieten! Zoals Sjef het vaak verwoordde: “kennis door liefde gedragen”.

Zo onderscheiden we bij Jakobskruiskruid de ondersoort (ssp.) vulgaris van Jacobaea vulgaris terwijl het bij Duinkruiskruid om ssp. dunensis gaat. Bij de tweede ontbreken de buitenste lintbloemen, zodat alleen een geelbruine ‘knopbloem’ overblijft. Deze groeit in Nederland vooral in de duinen en in het midden van het land, terwijl Jakobskruiskruid zeer wijd verbreid is. Duinkruiskruid is in 2016 spontaan in de tuin verschenen.

Hongaars havikskruid (Pilosella piloselloides subsp. bauhinii) is een ondersoort van Grijs havikskruid, of volgens sommigen een afzonderlijke soort, en is pas na enig speurwerk aan de bladen en bloemdelen goed te determineren. De havikskruiden zijn in dit opzicht notoir lastig en over de juiste benaming van enkele planten in de tuin twijfelen we nog. Het lijkt erop dat er zeven soorten groeien, maar het kunnen er iets meer of minder zijn...

Jakobskruiskruid
Jakobskruiskruid Jacobaea vulgaris ssp. vulgaris
Hongaars havikskruid
Hongaars havikskruid Pilosella piloselloides subsp. bauhinii

Hybriden

In Nederland groeien er zes soorten toortsen, waaronder de slanke Zwarte toorts (Verbascum nigrum). Net als bij de andere toortsen zijn de meeldraden wollig behaard.

Toortsen bastaarderen vrij gemakkelijk, vooral in tuinsituaties, waardoor het soms moeilijk is ze exact op naam te brengen. De afgebeelde plant is echter een ‘pure’ Zwarte toorts.

Ook in de vrije natuur komt bastaardering veel voor, en kan tot nieuwe soorten leiden.

Zwarte toorts
Zwarte toorts Verbascum nigrum

Kaardenbollen

In Nederland groeien van oudsher twee soorten kaardenbol: Grote kaardenbol (Dipsacus fullonum) en Kleine kaardenbol (Dipsacus pilosus). De namen verwijzen naar de relatieve grootte van de bloemen, niet naar de maat van de plant, want hoewel de Grote snel anderhalve meter kan worden, kan de Kleine in voedzame grond het dubbele halen – en dat binnen één seizoen!

Dan krijgt hij het aanzien van de hoge plant op de foto voor de gevel. En toch is dit géén Kleine kaardenbol, maar de nauw verwante Slanke kaardenbol (Dipsacus strigosus), een soort uit zuidoost-Europa die de laatste jaren veel verder noordwaarts opduikt. Hier in de tuin is ze in 2015 spontaan verschenen.

Het verschil zit hem vooral in de bloemen. Bij de Slanke kaardenbol zijn de stekeltjes (‘stroschubben’) een stuk langer dan bij de Kleine. Bovendien zijn de meeldraden aan hun top groen, terwijl deze bij de Kleine paarszwart zijn.

Grote kaardenbol
Grote kaardenbol Dipsacus fullonum
Kleine kaardenbol
Kleine kaardenbol Dipsacus pilosus
Slanke kaardenbol voor de gevel
Slanke kaardenbol Dipsacus strigosus
Bloem van Slanke kaardenbol
Bloem van Slanke kaardenbol

Net iets anders dan ze lijken

In de Tuin van Sjef groeien vertegenwoordigers van veel van de plantenfamilies die Nederland nu rijk is. Sommige daarvan komen je bekend voor, maar zijn net iets anders dan ze lijken.

Zo behoren de fraaie krokusbloemen niet aan de ‘gewone’ krokus toe, maar aan de Boerenkrokus (Crocus tommasinianus), terwijl het gedrongen Voorjaarshelmkruid (Scrophularia vernalis) nauw verwant is aan de veel algemenere Knopig en Geoord helmkruid (Scrophularia nodosa resp. auriculata), maar qua bouw en bloeiwijze opvallend anders.

Heksenmelk (Euphorbia esula) behoort tot de wolfsmelkfamilie, zo genoemd omdat het witte melksap van deze planten giftig is.

In Nederland komen vier soorten teunisbloem voor, die allemaal rond een eeuw geleden met goederen uit Amerika hun intrede in Europa deden. Op diverse plaatsen in de tuin groeit Middelste teunisbloem (Oenothera biennis), een plant van omgewerkte, stenige bodem.

Boerenkrokus
Boerenkrokus Crocus tommasinianus
Voorjaarshelmkruid
Voorjaarshelmkruid Scrophularia vernalis
Heksenmelk
Heksenmelk Euphorbia esula
Middelste teunisbloem
Middelste teunisbloem Oenothera biennis

Schermbloemen

De schermbloemfamilie is in Nederland door tientallen soorten vertegenwoordigd, waarvan sommige wijd verbreid zijn. Wie kent bijvoorbeeld het Fluitenkruid niet, met zijn fijn gedeeld blad? Of de Gewone berenklauw, een in alles forsere plant, waarvan de grote schermvormige bloeiwijze in de zomer met kevers en andere insecten krioelt?

In de tuin groeien familieleden die voor de meeste mensen minder bekend zullen zijn: Zwartmoeskervel (Smyrnium olusatrum), die in Nederland vooral langs de kust groeit, en Roomse kervel (Myrrhis odorata), die een grotere verspreiding kent, maar toch overal zeldzaam is. De zaden kunnen bij het inmaken gebruikt worden, reden waarom ze soms wordt geteeld.

Onder de schermbloemigen zijn er veel die van oudsher voor de bladen en/of zaden worden geteeld en verzameld. Bekende voorbeelden zijn Dille, Peterselie, Venkel, Koriander, Komijn, Karwij en Kervel. Voeg daarbij dat de knollen van Peen, Selderij en Pastinaak ook al smakelijk zijn, dan wordt het belang van de schermbloemigen voor de Europese keuken gelijk duidelijk.

Zwartmoeskervel
Zwartmoeskervel Smyrnium olusatrum
Roomse kervel in bloei
Roomse kervel Myrrhis odorata
Zaden van Roomse kervel
Zaden van Roomse kervel

Planten van elders

Hoewel veruit de meeste planten in de Tuin van Sjef tot de oorspronkelijke wilde Nederlandse flora behoren, wilde Sjef ook een plek geven aan bijzondere planten die hij uit het buitenland kende. Soms ging het hem daarbij puur om de schoonheid, soms ook om de waarde van de planten als nectarproducenten – van levensbelang voor veel insecten.

Een aantal van deze plantensoorten is al in beeld gebracht. Hier een greep uit de planten die Sjef uit zaad uit Frankrijk opkweekte: Kleverige salie (Salvia glutinosa), Blauwe kogeldistel (Echinops banaticus), Lavendelbladige salie (Salvia lavendulifolia) en Montpellier-anjer (Dianthus monspessulanus), één van de mooiste wilde anjers.

Kleverige salie
Kleverige salie Salvia glutinosa
Blauwe kogeldistel
Blauwe kogeldistel Echinops banaticus
Lavendelbladige salie
Lavendelbladige salie Salvia lavendulifolia
Montpellier-anjer
Montpellier-anjer Dianthus monspessulanus
Bloeiende ruigte in de Tuin van Sjef

« Terug naar het overzicht