Varens zijn er in alle maten en vormen, ook bij ons in de tuin. Dat varieert van de vaak menshoge Koningsvaren (Osmunda regalis) tot de tere Blaasvaren (Cystopteris fragilis), met bladeren van hooguit 10-15 cm. Er zijn nog kleinere soorten.
Varens wortelen in vochtige grond, en zijn voor hun levenscyclus afhankelijk van een vochtig milieu, omdat het sporenplanten zijn. Het vocht kan aanwezig zijn in de bodem – in bossen, venen en moerassen, bijvoorbeeld – of in de kieren van muren en andere bouwwerken.
Bij rijpheid vormen varens minuscule sporen in zeer grote aantallen. Deze zitten in sporencapsules (sporangiën), doorgaans op de achterkant van het blad, zoals bij de Gewone eikvaren (Polypodium vulgare), maar soms op aparte aren, zoals bij Koningsvaren.




Nederland telt zo’n 35 inheemse en ingeburgerde varensoorten, waarvan meer dan de helft tegenwoordig erg zeldzaam is. Tegelijk zijn er ook enkele nieuwe soorten bijgekomen.
Bij het op naam brengen van varens kijkt men eerst naar de biotoop waarin de plant groeit en vervolgens naar de grootte. Vooral bij de categorie ‘middelgrote varens’ worden de soorten soms door elkaar gehaald. Dan kijkt men vooral naar de ‘tanding’ op de kleinste blaadjes. Bij de zeldzame Zachte naaldvaren (Polystichum setiferum) en nog zeldzamere Stijve naaldvaren (Polystichum aculeatum) eindigen deze kleinste blaadjes in een ‘naald’, terwijl dat bij de stekelvarens – zoals de Brede stekelvaren (Dryopteris dilatata) – ‘stekeltjes’ zijn. Bij de Mannetjesvaren (Dryopteris filix-mas) en Wijfjesvaren (Athyrium filix-femina) zijn de randen en eindpunten van deze blaadjes altijd gaaf. Op de foto van deze twee soorten steekt het fijnere blad van Wijfjesvaren, boven, goed af tegen het grovere blad van Mannetjesvaren.




Moerasvaren (Thelypteris palustris) lijkt qua blad op Mannetjesvaren, maar verkiest een veel natter milieu. Aan de rand van de grote vijver heeft ze het helemaal naar haar zin.
Schubvaren (Asplenium ceterach), een soort die vooral in de stedelijke omgeving op muren steeds vaker wordt waargenomen.
Steenbreekvaren (Asplenium trichomanes), een kleine varen die op oude muren groeit.
Lansvaren (Polystichum lonchitis), in ons land een uiterst zeldzame Rode Lijstsoort.
Een grote partij Zachte naaldvarens (Polystichum setiferum), die in de herfst mooi roodbruin kleuren.
Vooral in onze bosbiotoop groeit Tongvaren (Asplenium scolopendrium) weelderig. De ontrolling van de bladeren in het voorjaar is een lust voor het oog! Door de klimaatverandering breidt ze zich de laatste jaren in Nederland fors uit.
Paardenstaarten kunnen zich net als varens ook voortplanten door middel van sporen. Op de foto zie je het sporenkapsel van Bonte paardenstaart (Equisetum variegatum). Een Rode Lijstsoort die voornamelijk langs onze kust te vinden is.
Brede stekelvaren (Dryopteris dilatata), een vrij algemene bosvaren die op enkele plaatsen in de tuin groeit.








