Waterpartijen zijn één van de elementen die de Tuin van Sjef zo aantrekkelijk maken – voor planten, dieren én mensen. Door een aftakking van de relatief schone Rozendaalse beek te creëren heeft Sjef een stelsel van poeltjes en moerasjes gemaakt, met als kers op de taart de grote vijver in de voortuin, compleet met eiland.
Zowel in het water zelf als aan de vochtige oevers kunnen allerlei mooie planten gedijen, zoals de sierlijke bloei van Moerasspirea (Filipendula ulmaria), in heel Nederland algemeen, en Wateraardbei (Comarum palustre), die hogere milieueisen stelt en daarom zeldzamer is.
Ook dieren worden door de waterpartijen aangetrokken, waaronder allerlei soorten libellen, zoals de Weidebeekjuffer (Calopteryx splendens) en Blauwe glazenmaker (Aeshna cyanea). Meer over de fauna in de Tuin van Sjef kunt u elders op de site lezen.




Gewone dotterbloem (Caltha palustris ssp. palustris) is tegenwoordig minder algemeen dan vroeger.
De met franjes versierde bloemen van Waterdrieblad (Menyanthes trifoliata).



Gele lis (Iris pseudacorus), Wolfspoot (Lycopus europaeus) en Grote wederik (Lysimachia vulgaris) behoren tot de algemeenste oeverplanten van onze streken.
Rietorchis (Dactylorhiza majalis ssp. praetermissa), Kleine schorseneer (Scorzonera humilis) en Rivierkruiskruid (Senecio sarracenicus) zijn zeldzamer. De laatste twee zijn door Sjef aangeplant, maar de eerste is in 2015 spontaan in de tuin verschenen – het zoveelste bewijs van de gunstige milieuomstandigheden.






Knikkend nagelkruid (Geum rivale) is een zeer zeldzame plant van een vochtig milieu die in het wild nog maar op enkele plaatsen in Nederland groeit. De bloemen danken hun schoonheid niet alleen aan de perzikkleurige kroonbladen maar vooral ook aan de grote, dieprode kelkbladen.
Grote pimpernel (Sanguisorba officinalis) is in sommige delen van Nederland op vochtige plaatsen vrij algemeen, maar in andere delen weer uiterst zeldzaam. Met zijn tot één meter hoge stengels is het een heel wat forsere plant dan zijn broertje Kleine pimpernel (Sanguisorba minor), die in kalkgrasland groeit.



In een grote vijver horen ook grote planten, en in deze categorie valt zeker Waterzuring (Rumex hydrolapathum), met zijn tot één meter lange bladeren. Wanneer de bloeistengel erbij komt, kan hij het dubbele bereiken. Vooral als het zonlicht door de bladen valt is het een fraaie verschijning.
Gele plomp (Nuphar lutea) heeft een bescheiden bloeiwijze maar indrukwekkend wortelgestel dat elk jaar veel (drijvende) bladeren aanmaakt. Het is een plant die in de tuin enigszins in toom moet worden gehouden.
De Grote kattenstaarten (Lythrum salicaria) worden omgeven door veel Krabbenscheer (Stratiotes aloides). Helaas zijn we die laatste soort na de grote schoonmaak van de vijver in 2016 kwijtgeraakt.




